Bijna is het zover…
Morgen ga ik eindelijk dat doen waar ik al maanden voor heb getraind. Door wind, sneeuw, hagel, regen maar ook vaak zon. Ik heb mezelf uitgedaagd om geld op te halen voor de Roparun. Dit ga ik doen door elk uur een rondje te rennen en ik laat me sponsoren per rondje dat ik loop. Ik weet nog niet hoever ik ga lopen, maar ik ben vastbesloten om mijn grenzen te verleggen en mijn doorzettingsvermogen op de proef te stellen. Maanden heb ik hier naartoe geleefd en afgeteld, maar morgen is het zover.
Vandaag nog even het rondje verkennen op een rustig tempo en dan alles klaarleggen voor de grote dag. Spannend hoor, maar wat kijk ik er naar uit om dit te kunnen doen en deze uitdaging te overwinnen.
De wekker gaat…
De wekker gaat, snel uit bed en me aankleden. Klokslag negen uur sta ik buiten klaar om te starten. Het is nog fris, maar daar word ik wakker van. Mijn vrouw Bianca staat me op te wachten met de hondjes als ik klaar ben met het eerste rondje. Ik heb er nog maar 5,5 kilometer opzitten, maar het voelt alsof ik over de finish kom. Ook dat gevoel hebben we allemaal gemist door Covid-19.
Voordat ik het volgende rondje start, wil ik wel een muts opzetten want het is toch wel erg koud nog. Gelukkig kijken we nog net op tijd naar buiten en zien we donkere wolken aankomen. Misschien is een petje dan toch wel beter.
Maar goed ook, ik ben nog maar net vertrokken en de hagel valt uit de lucht. Ik trek het petje wat dieper over het hoofd en ga door. Er is niemand anders buiten, maar ik kan dit! Gelukkig is het na 10 minuten ook wel weer klaar met hagel. Het was slechts een speldenprik van de weergoden die ook speels even mijn motivatie willen testen.
Eerste pijntjes, nu al? …
Ik moet wisselen van schoenen, die nieuwe schoenen zijn toch nog niet voldoende ingelopen. De binnenkant van mijn voeten gaat branden en als ik zo doorga krijg ik blaren. Zo wil ik toch niet uitvallen.
Er komen vrienden langs het rondje om me aan te moedigen, maar ik weet niet meer op welke ronde ik zit of hoe laat het is. Op de heuvel achter het huis wordt gejoeld als ik weer aan kom rennen. Wat zullen de buren denken, gaat er door mijn hoofd, maar stiekem ben ik toch ook wel heel blij met de aanmoedigingen want er komen toch al wat pijntjes opzetten.
Afkloppen, rust en door…
Elke pauze hetzelfde ritueel: horloge afkloppen, drinken, eten, toiletbezoek. Zit ik nu aan het ontbijt of de lunch? Ik weet het niet meer. Wel weet ik dat Bianca me vertelt dat ze naar het werk moet. Vanaf de volgende ronde moet ik voor mezelf zorgen tijdens de pauze. Dan is het dus al 15:00 uur en ben ik al zes rondes verder. Ik check op mijn horloge en daar zie ik het ook staan. Ruim 33 kilometer. Deze afstand heb ik nog nooit eerder op een dag gerend!
De volgende rondes worden steeds vager. Ik krijg berichten van vrienden en stuur regelmatig foto’s van de stand op mijn horloge. Bianca belt ook tijdens elke pauze, maar toch voelt het soms ook wel eenzaam. Ik krijg het ook steeds kouder, word moe, heb honger maar zit tegelijkertijd ook vol. Ik moet mezelf eraan herinneren te blijven drinken. Alles gaat ook pijn doen, maar op automatische piloot ga ik door. De podcasts heb ik niet meer opstaan. Nu staat er mijn favoriete muziek op, dat geeft nog wat energie.
Ik zit op ronde 10…
Ik ben de 50 kilometer voorbij. Officieel ben ik nu ook een ultraloper, maar zo voel ik me niet meer. Alle vorm is weg en het voelt meer als strompelen dan lopen. Ik moet gaan wandelen, want ik kom de viaduct over de snelweg echt niet meer op. Omlaag gaat het wel weer, maar ook het zand op de heide voelt zwaarder aan dan vanochtend. Laat ik maar stoppen. 10 is een mooi aantal om mee af te tikken. Ik ga nog eens door mijn playlist en zie een leuk nummer staan. Het geeft me zin om weer te gaan rennen. Door mijn hoofd flitst de gedachte dat ik misschien toch nog wel een rondje kan, maar die gedachte gaat na 500 meter toch weer wat minder duidelijk door mijn hoofd.
Zal ik stoppen…
Als ik thuiskom, kan ik enkel nog huilen als ik op de stoel plof. Ik ben op, mijn benen zijn stijf en mijn voeten doen pijn. Ik wil een badjas aantrekken en ben er klaar mee. De telefoon gaat, het is Bianca. Ze troost me en vertelt dat ze trots op me is. Ze gelooft in mij en dat geeft me kracht. Ik snik nog eens en veeg de tranen weg. Ja, ze heeft gelijk. Ik was nog steeds ruim binnen de tijd terug. Ik wissel mijn kleren en haal een washand over mijn gezicht. Toch maar weer die nieuwe schoenen want die zijn wat steviger. Ik duw in mijn hoofd de gedachte: verse kleren, verse schoenen, doen alsof het de eerste ronde van de dag is en gaan. Ik kan dit!
Nog een laatste uitdaging…
Het rennen gaat weer beter. Ik weet dat dit mijn laatste ronde is en zie het als een overwinningsronde. Als ik op de heide loop, zie ik een vrouw in de verte achter een poortje staan, zodra ik dichterbij kom, roept ze me aan. ‘Pas op, deze stier is gemeen’. Het is een longhorn stier die enkele meters verder staat. ‘Kom, dan zal ik het poortje voor jou openen’ roept ze me toe. Ik twijfel, want dat is niet de weg die ik wil volgen. De stier brengt me echter snel op andere gedachten en ik glip snel achter het hek.
‘Waar moet je heen’ vraagt ze aan me. Ja, hoe leg je zoiets uit aan iemand? Ik stamel dus maar dat ik naar de andere kant van de heide moet. ‘Waar moet je zijn dan, daar is niets toch?’ Het komt geen moment in me op dat ik ook naar huis kan gaan en ik vertel haar dat ik toch daarheen moet want dat is voor mij de weg naar huis. ‘Dan heb je nog een lange weg te gaan,’ zegt ze. Ik zeg maar niet dat ik daar ook weer ergens omdraai, want anders zal ze er vast helemaal niets meer van begrijpen. Er zit niets anders op dan een andere ingang van de heide te zoeken.
Terug op de heide kijk ik telkens achterom of ik de stier niet zie komen. Gelukkig is dat niet zo, en ik ben blij als ik het wildrooster weer over ben. Door al deze sensatie is mijn ronde een stuk langer geworden, maar ik ben wel even alle pijn vergeten. Het bos wordt steeds donkerder, maar ik ken dit rondje inmiddels al wel. Ik zie de voetstappen van mijn vorige rondes staan. Ik haal mijn eigen gestelde doel van maximaal 60 minuten per ronde, maar er is maar 5 minuten over. Als ik afklop op mijn horloge zie ik 62 kilometer staan. Bijna 11 uur aan activiteit en wat kijk ik nu uit naar een lekker warm bad. Dat heb ik wel verdiend!
Achteraf…
Als ik eenmaal weer ben opgewarmd en zit na te genieten, vraag ik me het toch af: Was het doel echt het sponsoren van de Roparun of was het een goed excuus om een avontuur met mezelf aan te gaan? Wat het ook was, ik heb mezelf vandaag echt overtroffen en ben ontzettend trots op wat ik heb bereikt. Mijn lichaam heeft grenzen overschreden waarvan ik niet eens wist dat ze bestonden, en mijn geest heeft zichzelf keer op keer weten te motiveren om door te gaan.
Dit avontuur heeft me geleerd dat ik veel meer in mezelf kan geloven en dat ik, ondanks de vele obstakels, in staat ben om mijn doelen te bereiken. Het maakt niet uit of het de Roparun was of een persoonlijk avontuur, wat telt is dat ik het heb volbracht en er sterker uit ben gekomen. Ik ben dankbaar voor de steun van mijn vrouw Bianca, mijn vrienden en alle mensen die me onderweg hebben aangemoedigd. Zonder hen zou deze ervaring niet hetzelfde zijn geweest.
Deze ervaring zal voor altijd in mijn geheugen gegrift staan en me eraan herinneren dat ik tot grootse dingen in staat ben. De volgende keer dat ik voor een uitdaging sta, zal ik terugdenken aan deze dag en beseffen dat ik, met doorzettingsvermogen en steun van mijn dierbaren, alles kan bereiken wat ik wil.